‘Alleen een moeder komt dichter bij een kind’

cofOver het dorpsschooltje dat door een azc een tweede leven kreeg

 

Door Diane Romashuk

Al weken gaat het zo. Iedere ochtend als juf Gonny van groep 7/8 het dorpsschooltje aan de Bakkerweg in Onnen binnenstapt, is daar diezelfde gedachte: dit is afschuwelijk, een ramp. Juf Fabienne van groep 5/6 kán juist niet verdrietig zijn: ,,ik geloof het gewoon nog niet”.

Maar het is waar. Vandaag, na een afscheidslunch gemaakt door de ouders, sluit hun school definitief de deuren. Het asielzoekerscentrum pakweg twee kilometer verderop in het dorp gaat dicht, en daarmee vertrekken ook hun leerlingen.

Hoeveel vluchtelingkinderen de afgelopen 2,5 jaar een plekje bij hen vonden, durft juf Gonny al niet meer precies te schatten. ,,Meer dan tweehonderd zeker wel.” De eerste contacten verliepen vaak stil. Omdat zij en de kinderen uit Syrië, Eritrea, zelfs China en nog meer landen elkaars taal niet spraken, en ze dus veel gebaarden. Maar ook omdat de kinderen, door wat ze in hun geboorteland of op hun vlucht naar Nederland meemaakten, vaak eerst nog teruggetrokken achter hun tafeltjes aanschoven.

In veel moest een eigen weg worden gevonden. ,,Geen dag verloopt hier normaal, maar dat is juist wat ik zo ga missen. En de hilariteit daar soms van.” Zo keken ze in de begindagen wel eens raar op als op een gewone lesdag maar opvallend weinig kinderen op school verschenen. ,,De directeur ging toen geregeld zelf naar het azc om op de caravans te kloppen. Dan bleek bijvoorbeeld de kou of regen de oorzaak te zijn.”

Meer dan eens werd juf Gonny met bosjes narcissen of appels verrast in de klas. ,,Daarna volgden soms klachten van omwonenden; hadden de kinderen ze uit hun tuinen geplukt. We hebben heel wat keren uitgelegd dat een tuin hier echt maar van één persoon of gezin is.” En waar zij hele spelprogramma’s bedacht voor verjaardagen, wilden de jarigen in haar klas liefst gewoon in de kring zitten, samen eten, en hun favoriete liedjes in eigen taal opzetten op YouTube. ,,Je denkt dat ze vermaakt willen worden, maar op die momenten hebben we het zo gezellig gehad.”

Sommige kinderen verlieten de school al snel weer, omdat ze doorverhuisden naar een ander azc of naar een eigen huis elders. ,,Soms weet je dat het goedkomt.” Anderen omdat ze niet in Nederland mochten blijven. ,,Soms is het echt onbegrijpelijk.” De meeste, zagen de juffen weer opbloeien in hun klas.

Nieuwe start

Bij hen konden de leerlingen een nieuwe start maken, de kinderen gaven zelf het schooltje een tweede leven. Eerder huisde daar cbs Het Hunnedal. Maar toen er in 2012 nog maar drie leerkrachten (waaronder juf Gonny) en vijf kinderen over waren, werd dat dorpsschooltje opgeheven en gingen zij naar cbs De Borg in Haren.

Twee jaar later kwam er vluchtelingenopvang in Onnen. En vlak daarna dat oproepje van de gemeente. Met spoed zocht Haren een school die in het gebouwtje in Onnen de kinderen uit het azc les wilde geven. De Borg was de enige die meteen reageerde. Twee weken de tijd hadden ze, om het schooltje draaiende te krijgen. En zo goed als nul ervaring met het geven van het benodigde type onderwijs. ,,Met behulp van bestaande lesmethoden hebben we ons programma echt samen vormgegeven”, vertelt juf Gonny.

Ingewikkelde uitdagingen waren er ook buiten de lesstof om. ,,In een staande kring moest ik in het begin soms tussen jongens en meisjes in gaan staan, en uitleggen dat jongens en meisjes in Nederland wel elkaars handjes vast mogen houden.” Soms boterde het niet tussen de verschillende culturen in de klas. Bovenal waren er de problemen waar de kinderen zelf mee kampten. ,,Elk kind hier heeft een heel verhaal. Sommigen zijn echt getraumatiseerd.”

Naast leerkrachten, waren er altijd onderwijsassistenten in de klas. En vrijwilligers. ,,Er zijn momenten geweest dat we er wel vier tegelijk in de klas hadden. Zonder hen hadden we het niet gered.”

Regiofunctie

Sloot Het Hunnedal in 2012 nog als ‘kleinste schooltje van Nederland’, nu kregen nog 55 kinderen les in het gebouw. Inmiddels gespecialiseerd in het onderwijs voor vluchtelingkinderen, verwierf het schooltje gaandeweg een regiofunctie. ,,Een kwart van onze kinderen komt uit het azc in Onnen, de rest onder meer uit azc’s in Kolham, Harkstede, Eelde en Slochteren. We hebben ook veel scholen op bezoek gehad die eens bij ons wilden kijken en zelf nog zoekende waren in dit type onderwijs. Het vraagt continu om aanpassingen: soms denk je het ei van Columbus te hebben uitgevonden, twee weken later vraag je je af hoe datzelfde ooit heeft kunnen werken. Uitwisseling hierin is heel belangrijk.”

De sluiting van het azc is bewust getimed met het samenvallen van de zomervakantie, zodat de kinderen het schooljaar konden afmaken. Sommige van hen zullen volgend jaar in hun nieuwe omgeving moeten instromen in het reguliere onderwijs, weet juf Gonny. ,,En sommige zijn daar echt nog niet aan toe. Ik heb nu bijvoorbeeld een meisje uit Eritrea in mijn klas dat hier nog maar zeven weken is en de taal pas net begint te leren.”

De hoop is er, dat ze dergelijke kinderen straks zelf weer elders verder kunnen helpen. ,,We hebben al goede gesprekken gehad in een andere plaats om daar ons onderwijs verder te zetten. Alle tafels, stoelen, eigenlijk vrijwel alle spullen die we in de klas hebben zijn geleend. Niemand hoefde ze terug, dus we kunnen alles zo meenemen.”

Het mooist

Al met al was juf Gonny ruim 25 jaar thuis in de lokalen in Onnen, maar de laatste jaren vond ze haar werk zonder twijfel het mooist. ,,Ik heb al veel mooie dingen gedaan in mijn leven, maar dít…”, sluit ook juf Fabienne zich bij dat laatste aan.

Haar eerste ontmoeting met de vluchtelingen was niet op de school, maar op het pad dat van het azc naar haar woonplaats Haren leidt. ,,Ik wist toen nog niet eens dat er een azc in Onnen was gekomen. Tijdens het fietsen zag ik ineens vluchtelingen lopen. Ze vroegen me of ik even wilde stoppen en met mijn fiets wilde poseren voor een foto.”

Een tekenende ervaring voor hoe het dorp en de vluchtelingen de afgelopen jaren met elkaar om zijn gegaan, vindt ze. ,,Er is veel contact gezocht. Honderden mensen hebben honderden mensen willen helpen. Het succes van de opvang in Onnen heeft daar zeker mee te maken.”

Voor haar werk op de school is ze vooral dankbaar. ,,Deze kinderen zijn kapot als ze hier aankomen, door liefde, structuur, rust en veiligheid wordt er zoveel beter. Het is echt onvoorstelbaar, de plek die je krijgt in hun leven en in dat van hun ouders. Alleen een moeder komt dichter bij een kind.”

 

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Het grote onbekende

Door: Diane Romashuk

Vandaag zet Elias grote stappen. Het is de tiende dag van de tiende maand en het ontmoetingsfeest bij Jonathan en Nolda thuis waarvoor hij is uitgenodigd, is slechts een kilometer verderop. Maar ook ruim vierduizend kilometer verwijderd van alles wat hem vertrouwd is.

 

DSC_3232

Twee maanden geleden vluchtte hij uit Syrië. Het Groningse Onnen waar hij terechtkwam mag klein zijn, het onbekende is er groot. Engels spreekt Elias niet, de taal van zijn nieuwe omgeving na zijn eerste lessen Nederlands nog evenmin. Hij kan de verkeersborden niet lezen, geen kopje koffie bestellen, laat staan een gesprekje met iemand aanknopen.

Het asielzoekerscentrum waar hij zich bij zijn lotgenoten wel verstaanbaar kan maken, verliet hij daarom nog nauwelijks. Hooguit een paar keer om een boodschap te halen.

Vandaag zet hij grote stappen. Elias mengt zich onder de pakweg 250 Onnenaren, Hareners en Groningers, die met de asielzoekers op de uitnodiging van Jonathan en Nolda afkwamen. Ballonnen en A4-tjes met daarop het woord feest in het Engels, Nederlands en Arabisch leidden hen naar de tuin en het huis die vandaag zijn omgedoopt tot ontmoetingsplek.

Veel gasten gaven gehoor aan het verzoek iets te eten mee te nemen, inclusief een extra portie voor een ander. Er kan dus naar keuze worden geschept uit pannen vol boerenkool met worst, halal-ovenschotels, van borden met hartige of zoete taarten en uit schalen vol salades.

De bonte mix gerechten helpt ook de eerste gesprekken op gang. Zo ook de naamstickers die iedereen heeft opgeplakt, of de kleurplaten waar de kleintjes zich in de schuur mee vermaken.

Staren

Vluchtelingen in Nederland. Voor Jonathan en Nolda is het allang geen abstract begrip meer. Sinds recreatiepark Onnenstaete zo’n anderhalf jaar geleden werd ingericht als toevluchtsoord voor ruim vierhonderd asielzoekers uit voornamelijk Syrië en Eritrea, zien ze hen dagelijks voor hun huis langs lopen.

,,We wilden meer doen dan alleen maar naar ze staren, ze ook leren kennen”, vertelt Nolda. Hun oudste zoontje van 8 vond al een vriendje in een van de kinderen uit het azc. Jonathan helpt met Nederlandse taalles voor de vluchtelingen.

Het stel kreeg zo ook al wat verzoekjes om praktische hulp. Nolda: ,,In het azc zitten de vluchtelingen nog in een redelijk beschermde omgeving, als ze een huis krijgen moeten ze vaak ineens op eigen benen staan. Zo was er iemand die laminaat moest leggen maar geen idee had hoe. Ook hebben sommigen nog geen idee van de waarde van de euro. Een man was in de winkel gevraagd of hij een koelkast en tv van kwaliteit wilde. Had hij natuurlijk ja gezegd. En toen bleek dat daarmee zijn hele startbudget erdoor heen zou zijn.”

De vluchtelingen willen de dorpelingen graag leren kennen, ondervonden ze. ,,Om het Nederlands te oefenen, de winkels te kunnen vinden, maar ook gewoon om iets te doen te hebben en vrienden te maken.” Andersom is die wil er volgens hen ook. ,,We hoorden van best veel mensen in onze omgeving dat ze wel iets willen doen. Maar ook dat ze vaak niet zo goed weten wat.”

Jonathan en Nolda wilden wel iets organiseren wat het contact op gang kon brengen, maar dat wilden ze niet alleen doen. Ze schreven kerken aan om mensen te laten weten dat ze zich konden melden als ze wilden helpen. ,,Voor ik het wist hadden we zo’n zestig mensen bij elkaar. En niet alleen vanuit de kerk.”

De groep kreeg de naam Vlechtwerk. ,,Het is meer een netwerk dan een organisatie”, vertelt Nolda. ,,Dit feest is bijvoorbeel ook bedoeld als katalysator, zodat mensen vanuit hier zelf initiatieven gaan starten waar het netwerk bij kan helpen.”

Nog voor het feest gebeurde dat al. Een groepje houdt oud-Hollandse spelletjesavonden voor de vluchtelingen en dorpsbewoners in het dorpshuis. ,,En er wordt al voetbal georganiseerd”, weet Nolda. ,,Door iemand die anders eigenlijk best verlegen is. Geweldig om dan ineens die leiderschapskwaliteiten te zien. Dit soort initiatieven zijn dus echt niet alleen mooi voor de vluchtelingen, ook voor de lokalen. Dorpelingen zijn er ook hechter door geworden.”

Glimlach

Het feest is ondertussen lekker op gang. Een groepje vluchtelingen doet een kringdans op de muziek van de band, er wordt gebadmintond en er worden vuurkorfjes aangestoken tegen de kou.

De nervositeit die Elias van tevoren voelde, heeft plaatsgemaakt voor een glimlach. Hij zit op een stoeltje en wordt omringd door Hosam die ook uit Syrië komt en Theo en Anita uit Onnen. ,,Voor het feest zijn veertig stoelen uit de kerk getrokken. En een familie uit Onnen heeft nog vijfentwintig met een tractor gebracht”, weet Theo.

Elias toont hem foto’s op zijn telefoon van zijn vrouw en twee kleine kinderen. Theo: ,,We spreken elkaars taal niet maar ik weet nu toch al van hem dat zijn gezin nog in Syrië is. En dat hij net als ik christen is.”

Hosam spreekt Engels en Arabisch en vertaalt waar nodig. Hosam en Elias delen met nog een paar mannen een caravan op het azc, vertelt Elias via Hosam. ,,Hij is moslim en we kunnen het prima vinden. We zijn allemaal mensen.” Hij is blij nu ook zijn eerste Nederlandse contacten op te doen. ,,Ik ben dankbaar voor dit feest, het geeft een welkom gevoel.”

Gemengde gevoelens

Verderop gaat Dirk-Jan met een vuilniszak de tafels langs om alvast wat op te ruimen. In tegenstelling tot Jonathan en Nolda heeft hij gemengde gevoelens bij de opvang van vluchtelingen in zijn dorp, vertelt hij. ,,Als Nederlander groei je op met het idee dat je bepaalde rechten hebt: op een mening en een huis bijvoorbeeld. Dan is het wel even wennen als er ineens mensen komen die ergens ook ‘snoepen’ van jouw rechten.”

Vanuit zijn woning kijkt hij uit op het azc, verklaart hij. ,,Aan de ene kant denk je, wow, wat die mensen hebben doorgemaakt. Respect daarvoor. En zij hebben al hun rechten moeten opgeven. Maar: een plekje hier voor hen is ook een plekje van mij.”

Toch is hij er vandaag, en was hij er ook al op de ontmoetingsdag bij het dorpshuis ruim een jaar eerder. Als hij zijn kinderen op de fiets naar hun school in Haren brengt, neemt hij geregeld een paar kinderen uit het azc mee. ,,Natuurlijk”, zegt hij. ,,Als je er wat verder over nadenkt besef je ook dat die rechten die je denkt te hebben niet vanzelfsprekend zijn. Dan ontstaat er ruimte voor anderen, en om hen gastvrijheid te bieden.”

Als het feest langzaam op zijn eind loopt staat Nolda in de keuken te praten met dorpsgenoot Luuk. ,,Gisteren was er in Haren een floorball toernooi waar de vluchtelingen ook aan meededen”, vertelt hij. ,,Dat wil ik wel gaan doen, unihockey voor ze organiseren.” Nolda lacht. Missie geslaagd.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Pittige ontmoeting

‘Let op voetgangers op het fietspad’. De waarschuwing op het bordje langs de weg die van Onnen naar Haren loopt, is inmiddels vooral voor mensen van buiten het dorp bestemd.

Nu er alweer een jaar vluchtelingen in het kleine en welvarende dorpje Onnen worden opgevangen, kijken de inwoners er zelf allang niet meer van op: dat ze het fietspad dagelijks delen met de stroom nieuwe inwoners die er te voet of te fiets op uittrekt.

Zo ook de vrouw die in haar prachtige en bloemrijke voortuin bezig is. Pal aan de dorpsweg. Iedere voorbijganger groet haar met een vrolijk hallo. Ze groet minstens zo vrolijk en opgeruimd terug. ,,Zo gaat dat hier”, vertelt ze. ,,Iedereen is heel beleefd en vriendelijk.”

Toegegeven. In het begin was het wel wennen. ,,Af en toe hield je je hart wel vast, hoor. Of dat allemaal wel goed zou gaan op de weg. De eerste vluchtelingen die aankwamen, waren ook wat angstiger. Dat was aan hun ogen af te lezen. Als er bijvoorbeeld een vliegtuig overkwam, zag je ze soms ineens een heg induiken. Nu zijn ze wel wat gewend.”

Toen de opvang van een pol in een azc veranderde, kwam daar de stroom fietsende kinderen bij die les krijgen in het voormalige dorpsschooltje, dat pakweg twee kilometer van het azc staat. ,,Soms zie je ze wel met zijn vieren op een fiets. Maar ja, zo deden wij dat vroeger ook.”

‘Hallo!’, mag ik wat vragen?, klinkt het in bijna perfect Nederlands vanaf de overkant terwijl we met haar staan te praten. ,,Aan welke kant gaat de bus naar Haren?”, wil een vrouw met een hoofddoekje weten. ,,Het is de eerste keer dat ik die kant op ga”, lacht ze er vrolijk achter aan.

,,Het blijft wel vaker niet alleen bij hallo”, vertelt de dorpeling verder. ,,Nu sommige mensen hier ook langer blijven, kom je elkaar vaker tegen en herken je elkaar ook in Haren. En soms raak je aan de praat.”

Zoals met dat Pakistaanse gezin dat ze ook al eens in de kerk tegen was gekomen. Dat was nog in de tijd dat Onnen een pol-locatie (procesopvang) was. Nu koken de inwoners zelf. Elk huisje is uitgerust met een gasstel. De potten en pannen moeten ze zelf regelen. Daarvoor kregen ze driemaal per dag een Hollandse maaltijd om op te warmen in de magnetron.

,,Een van de dingen die je gaat missen als je zo lang van huis bent, is het eten dat je gewend was”, begrijpt de vrouw. Op een regenachtige dag besloot ze daarom de familie bij haar thuis uit te nodigen. Mochten ze koken wat ze wilden. Ze lacht weer: ,,Het werd een lekkere pittige maaltijd.”

De vluchtelingen zijn voor haar inmiddels duidelijk deel van het dorp. ,,Een jaar geleden was het voor iedereen hier iets heel nieuws. Je kunt de hakken in het zand zetten als er een azc komt, je kunt het ook gewoon even aanzien. Dat hebben wij gedaan en we hebben nooit last gehad.”

Bij de veeboer die tegenover het azc woont is het al niet veel anders. De vrouw des huizes doet voor ons open en steekt na een aanvankelijk wat vragende blik van wal. ,,Wij hebben nooit enige last gehad. Als je relaxt doet, dan doen zij dat ook. Soms komen ze bij ons het erf op. Nou, prima. Dan geven we ze een rondleiding over het bedrijf. Vinden ze leuk. Prima, toch? Nee, wij hebben hier helemaal geen last.”

Een van de dorpelingen verkoopt aan de kant van de weg fietsen. De asielzoekers weten hem te vinden. Het is ook nogal een verschil: kilometers lopen naar de dichtstbijzijnde supermarkt of lekker op de fiets. De fietsenverkoper heeft totaal geen last van de asielzoekers. ”Als je normaal doet, doen zij ook normaal. Ze komen wel eens langs met een lekke band. Die plak ik dan voor ze, gratis. Die mensen zijn altijd heel beleefd en vriendelijk. Ik ben dat ook. Prima.”

Het terrein van de opvang zelf heeft in een jaar tijd een ware metamorfose gehad. Er zijn twee splinternieuwe speelplekken gearriveerd. Er staat inmiddels een gecombineerde voetbal- en basketbalkooi te glanzen op het terrein. En er zijn lage hekken rond het terrein geplaatst. De lange Wifi-mast is naar achteren gezet, om aan de wens van de buren tegemoet te komen. Tientallen asielzoekers met een smart-phone voor je deur was toch niet zo gewenst. Nu kunnen de asielzoekers op eigen terrein het internet op. Het is de filosofie van de dagelijkse leiding van het centrum. In overleg met de buurtbewoners is veel mogelijk. Als de dialoog maar aan de gang blijft.

Midden op het terrein klinken woeste kreten. Af en toe is een harde klap te horen. Op het gras staat de gespierde gestalte van voormalig wereldkampioen kickboksen Willem Lomulder. Hij is vandaag gratis en voor niets naar het azc gekomen om een clinic te geven. De asielzoekers trekken om beurten handschoenen aan en mogen even los op de rijzige sporter. Als ze iets te fanatiek worden, deelt de brede man even een plaagstootje uit. Het is duidelijk wie hier de baas is.

Het leven op een azc is er niet één van louter ledigheid. De bewoners gaan in een eigen klaslokaal naar school, ze koken in hun caravan hun eten en kopen op het terrein eigen voedingsmiddelen. Daarvoor is een externe winkelier uit Sappemeer aangetrokken, die vier keer per week exotische voeding verkoopt uit vrolijk gekleurde kratjes. De bewoners zijn er blij mee. In het recente verleden kregen ze louter Hollandse kost. Prima eten, maar uiteindelijk smaakt het nergens beter dan thuis.

Het azc krijg nog regelmatig giften, ook anoniem. Een lokaal in een van de bijgebouwen ligt vol met kleding. De man die de bijgebouwen plaatste, was tijdens een rondleiding zo enthousiast geworden dat hij voor een van de klaslokalen een digitaal bord cadeau gaf. Een andere weldoener leverde kappersartikelen af. Er moet nog even ruimte worden gevonden, maar dan kunnen de bewoners van het centrum zelf aan de slag.

Gek is dat niet. Het centrum telt veel talent. Ruim zeventig procent van de bewoners komt uit Syrië. Het zijn niet de allerarmsten en de meeste vluchtelingen hebben een goede baan achtergelaten. Ze kunnen veel en dat brengen ze hier ten uitvoer. De bewoners van het azc in Onnen zijn niet zielig. Verre van zelfs. Ze staan allemaal aan het begin van een nieuw leven.

En de autochtone bewoners van Onnen vinden het prima.

 

Diane Romashuk / Chris Klomp

Geplaatst in Geen categorie | 5 reacties

Het succes van Onnen

Asielzoekerscentra zijn verhit onderwerp van debat en protest. Ontheemde vluchtelingen lijken nergens echt welkom. Behalve in Onnen. Wat is het succes van dit kleine dorp onder de rook van Groningen?

Het is kwart over twee op een waterkoude dinsdag in Onnen. Het kleine dorpsschooltje braakt een grote groep voornamelijk donker gekleurde kinderen uit. Ze delen hetzelfde lot. Met hun ouders op de vlucht geslagen voor oorlogsgeweld en ellende. Op het pleintje voor het dorpshuis lopen ze breed lachend in de uitgestrekte armen van de blonde Eline Moget. Enthousiast schalt haar naam over het plein.

De 20-jarige studente uit Onnen is de belichaming van de inmiddels overal geroemde betrokkenheid van het dorp bij het asielzoekerscentrum net aan de rand van de bebouwde kom. De jonge studente zet zich belangeloos in voor de vluchtelingen in haar geboortedorp. Ze speelt in haar vrije tijd spelletjes met de kinderen op het centrum. De fysieke knuffels die ze op het schoolplein krijgt spreken boekdelen. In korte tijd heeft ze een warme band met de kinderen opgebouwd.

De jonge vrijwilligster is resoluut als het om de motivatie van Onnen zelf gaat: ,,Iedereen hier weet heel goed dat deze mensen een plekje nodig hebben. Als het niet hier is, dan wel elders. Dan kun je wel een hoop bombarie gaan maken, maar je kunt beter betrokken zijn bij deze mensen.”

Als Moget praat over haar beweegredenen, dartelen de kinderen uitgelaten om haar heen. ,,Ik vind het belangrijk om in het leven zinvol bezig te zijn. Juist deze kinderen moeten een eigen plekje hebben en dan zitten ze hier goed. Er is nauwelijks verkeer. Ze kunnen ongestoord op hun fietsje stappen zonder aangereden te worden. Na schooltijd willen ze niet eens terug naar het asielzoekerscentrum. Zo leuk vinden ze het hier. In Onnen kunnen ze weer kind zijn en dat waren ze in hun geboorteland niet meer.”

Voor de door vrolijke kinderen omringde Moget is het dankbaar werk. ,,Ik heb ook gewerkt met Nederlandse kinderen op een vakantiekamp, maar deze kinderen zijn veel dankbaarder. Ze beschouwen mij als hun grote zus en reageren iedere keer weer stralend en lachend op mijn komst.”

Op het asielzoekerscentrum zelf is de positieve dorpssfeer niet anders. Het maakt niet uit welke asielzoeker je spreekt. Bijna allemaal roemen ze het kleine dorpje waar ze gedreven door oorlog en ellende ineens noodgedwongen opdoken. De natuur is er prachtig. De mensen zijn aardig en behulpzaam. Maar bovenal: hier voelen ze zich veilig.

Lana is een van de eerste nieuwe bewoners van Onnen. Ze komt uit Syrië en vluchtte voor het gevaar dat in haar geboorteland van alle kanten komt. Ze betaalde tienduizend euro aan een mensensmokkelaar. Helaas mocht alleen zij mee voor dat bedrag. Ze lacht door haar tranen heen. ,,Iedere dag lach ik omdat ik mij hier zo veilig voel. En iedere dag huil ik omdat ik mijn zoon zo mis. Het is zo’n zachte jongen. Ik kan hem niet bereiken. Hij is helemaal alleen.”

Lana heeft het naar omstandigheden goed in Nederland. ,,Ik ben dol op dit land. Op de bomen die hier overal staan. De natuur. En de mensen hier zijn zo aardig en nieuwsgierig. Iedereen lacht en iedereen helpt ons.”

De Syrische is een romanticus. ,,Ik wil zo graag naar de prachtige molens hier. Maar toen mijn man naar Parijs ging voor zijn studie, weigerde hij naar de Eiffeltoren te gaan zonder mij. Ik zal nu op mijn beurt wachten om samen met hem naar een molen te gaan.”

Locatiemanager Henk de Lange van het asielzoekerscentrum onderstreept de woorden van zijn bewoners. ,,Ze zeggen allemaal dat de mensen in het dorp zo aardig zijn. Dat iedereen hier lacht en dat de huizen zo mooi zijn. Ze vragen zich soms wel eens af of iedereen hier miljonair is.”

Natuurlijk. Ook in het vredige Onnen ging de plotselinge komst van honderden vluchtelingen in juni 2014 niet onopgemerkt voorbij. Het inwonertal van het kleine dorpje verdubbelde in korte tijd. Een inderhaast belegde bewonersbijeenkomst in het plaatselijke kerkje werd druk bezocht. Uiteraard was er gemor. Hier en daar. De angel verdween echter uit de opborrelende onvrede toen dominee Henk Venema het woord nam. Hij maakte indruk met zijn stelling: ‘Vriendschap is de beste garantie voor veiligheid’.

Voor de dominee is het maken van contact de sleutel naar de deur van acceptatie. ,,Alles hangt af van de manier waarop je deze mensen tegemoet treedt. Als je ze wegdrukt in het centrum en je bemoeit je niet met hen, dat voldoet niet. Dan ga je problemen uit de weg en mis je een manier om contact te leggen.”

De dominee staat niet alleen. Een van de dorpelingen kreeg de zaal stil tijdens de eerste rommelige bewonersbijeenkomst. ,,Wij hebben het hier in het welvarende Onnen altijd heel goed gehad. Is dit niet een mooie kans om eens iets terug te doen voor de samenleving? Die mensen hebben na alle ontberingen een plek nodig waar ze thuis kunnen zijn.”

Die oproep was niet aan dovemansoren gericht. Beheerster Hélène Molijn van het dorpshuis organiseerde muziek- en ontmoetingsavonden. Ze heeft een simpele theorie: ,,Een dorpshuis is de plek bij uitstek om mensen bij elkaar te brengen.” Tientallen dozen vol kleding en speelgoed werden ingezameld. Vrijwilligers stelden voor om Nederlandse les te geven of dansles voor de kinderen. De al gesloten dorpsschool ging weer open om de ontheemde kinderen dagelijks les te kunnen geven. Onnen kwam in actie.

Ook burgemeester Janny Vlietstra roemt de inzet van het dorp. ,,Alle credits gaan naar de mensen in het dorp. Zij hebben zich heel gastvrij opgesteld. Er zijn allerlei avonden georganiseerd voor de vluchtelingen. Er is een bewonersoverleg speciaal voor het centrum. Als gemeente hebben wij de regie genomen en de mensen geïnformeerd. Dat scheelt. Maar ik ben bovenal erg trots op de mensen uit Onnen.”

Het valt niet mee om in Onnen een kritisch geluid te vinden. ,,Wij geloven dat problemen rond asielzoekerscentra vaak komen omdat er al onderliggende problemen waren in een dorp”, stelt Johan van Wees van Dorpsbelangen vast. ,,Dat is hier niet zo. Dit is een rustig dorp. Wat ook helpt, is de communicatie. Er zijn verschillende bijeenkomsten geweest. Mensen willen worden betrokken en die betrokkenheid is duidelijk aanwezig in Onnen.”

Iedereen mag het persoonlijk controleren. In Onnen is het tevergeefs zoeken naar boze spandoeken. Er zijn geen protestgroepen actief. Er is acceptatie en vertrouwen.

Als op zondag de kerkdienst in Onnen ten einde is, loopt een asielzoeker met een bewoner mee naar hun woning. Hij krijgt een kopje koffie aangeboden. Er wordt gesproken. Over het leven hier en het leven daar. De dominee kan tevreden zijn. Vriendschap is in Onnen een garantie voor veiligheid gebleken.

Dit verhaal verscheen eerder in het Algemeen Dagblad.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Van oorlogsleed naar Concertgebouw

De inkt op zijn verblijfsvergunning is nog niet eens helemaal droog. Vluchteling Amer Shanati staat aan het begin van een nieuwe periode in zijn leven. Het jaar 2014 begon voor de gewezen muzikant Shanati met een vlucht voor de dood en eindigde met een optreden in het Concertgebouw in Amsterdam met het Nederlands Blazers Ensemble. Met recht een bewogen jaar. Tijdens zijn vlucht uit Syrië kon hij niet veel meenemen, maar zijn trouwe luit moest en zou mee. ,,Het was voor mij kiezen tussen leven of de dood. Veel meer wil ik er niet over vertellen”, vertelt Shanati voorzichtig over zijn begin van het afgelopen jaar. De vluchteling heeft een hachelijke ramer1eis achter de rug. ,,Ik ben in mijn eentje in een auto gevlucht naar Turkije. Daar heb ik twee maanden gezeten en gewacht. Ze hebben mij daarna in een vrachtwagen naar Nederland gereden. Ik moest ruim vierduizend euro aan mensenhandelaren betalen.” Shanati werd eenmaal in Nederland opgevangen in het nagelnieuwe asielzoekerscentrum in Onnen. Daar speelde hij met grote regelmaat voor zijn mede-vluchtelingen en voor de bewoners van het kleine Nederlandse plaatsje onder de rook van Groningen. Speciaal voor hen bracht hij zijn versie van het nummer ‘Potje met vet’ ten gehore. In het Nederlands. Net voor het einde van 2014 kreeg Shanati zijn zo vurig gewenste verblijfsvergunning. In eerste instantie voor de duur van vijf jaar. ,,Ik ben daar heel blij mee. Voor mij is het een nieuwe start en ik hoop dan ook in Nederland te kunnen blijven. Ik heb altijd muziek gemaakt en muziekles gegeven aan kinderen. Dat kon niet meer in Syrië. Eerst wil ik de Nederlandse taal leren, daarna hoop ik een eigen huisje te kunnen krijgen en de kinderen hier in Nederland les te kunnen geven. Met muziek kun je mensen blij maken en verbinden en dat is nodig in deze wereld.” Van Nederland is hij gaan houden. Hoewel hij het nog altijd lastig heeft in het asielzoekerscentrum waar het leven een heel eigen ritme heeft. ,,Een azc is niet bepaald leuk. Maar de Nederlanders die ik overal ontmoet zijn hele aardige en vooral ook nieuwsgierige mensen. Waar ik ook kom, iedereen helpt mij. Dat geeft na alle oorlogsellende een heel erg veilig gevoel.” De in Palestina geboren vluchteling heeft altijd muziek in het Arabisch gemaakt. Nu is hij van plan ook Europees georiënteerde muziek te spelen. ,,Ik heb inmiddels veel vrienden in diverse landen die mij via Facebook en Twitter volgen. Iedereen moet naar mijn muziek kunnen luisteren, of je nu Arabisch spreekt of een andere taal. Dat is de kracht van muziek.”

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Een halfgevulde rugzak

IMAG3001-1

De kleren die hij aanhad en een rugzak. Dat is alles waarmee Samir naar Nederland kwam. In het vluchtelingencentrum in Onnen laat hij ons zien wat je dan inpakt, als je eigenlijk alles achterlaat.

In de rugzak zitten wat extra kleren, een telefoon, een stapeltje documenten en wat medicijnen. Meer niet. De tas is nog niet tot de helft gevuld.

Tot ongeveer een maand geleden had hij juist heel veel, vertelt hij. In Syrië was hij gelukkig met zijn vrouw en kinderen. Hij had een goede baan als ingenieur. Met dito salaris.

Maar het werd er te gevaarlijk. Mensen om hem heen verdwenen zomaar. Om later soms dood weer teruggevonden te worden. ,,En wat heb je dan aan geld als je niet veilig bent?”

Hij denkt dat hij geluk had tijdens zijn vlucht. De zesduizend euro die hij smokkelaars betaalde, bleek genoeg voor een niet al te oncomfortabele of gevaarlijke reis.

De bestemming deed er niet echt toe, als het er maar veilig was: ,,Ik ben gevlucht om een leven te hebben, voor mij en mijn gezin.”

In Onnen ziet hij dat wel voor zich, hij zou er willen blijven. Hij vindt het er lekker ruiken: naar de geur van moeder natuur. De lucht is schoon. En de mensen lachen.

Zijn chalet deelt hij met drie andere Syrische mannen. Tot voor kort onbekenden van elkaar, nu huisgenoten op een intiem aantal vierkante meters. Prettig, vindt hij. In elkaars gezelschap vinden ze steun.

Want de toekomst die hij voor zich ziet, is nog onzeker. En voor hem niet compleet zonder zijn vrouw, twee kleine zoontjes en dochtertje, die achterbleven in Syrië. Hij vraagt ze elke dag een nieuwe foto te sturen via de telefoon.

Hij vertelde zijn vrouw ook dat je Nederlands moet kunnen spreken om hier te mogen blijven. De eerstvolgende keer dat ze belden, telde zij in het Nederlands van een tot tien. Een grote grijns verschijnt op zijn gezicht: ,,Ik was stomverbaasd. Ze had het nog eerder geleerd dan ikzelf.”

Als we hem vragen of hij ze erg mist, komt het antwoord niet in woorden. Hij legt zijn hand op zijn hart. Samir kwam met een halfgevulde rugzak naar Nederland, maar de last die hij droeg was nog nooit zo zwaar.

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Iedere dag in tranen

 

Ze is onvermijdelijk op het vluchtelingencentrum in Onnen. Met een voorzichtige glimlach geeft ze leiding aan het leercentrum in de nagelnieuwe opvang. Enkele uren later zet ze zich in bij het uitreiken van de voedselpakketten.

Lana is een Syrische vrouw. Lerares Engels en gevlucht voor het gevaar dat in haar geboorteland van alle kanten komt.

Ooit stond ze met haar man klaar om te vertrekken. Weg van het dagelijks gevaar in Syrië. Waar niemand meer veilig is op straat. Het stel werd meteen begroet door een levensgroot dilemma. Hun gespaarde 10.000 euro was voor de mensensmokkelaar te weinig. Alleen zij kon met hem mee. Haar man bleef achter.

Het afscheid moet hartverscheurend zijn geweest. De twee waren onafscheidelijk. Toen hij als oogarts voor zijn opleiding naar Frankrijk vertrok, weigerde hij zonder haar de Eiffeltoren te bezoeken. Dat moest en zou ooit samen gebeuren. Nu waren ze gescheiden.

Als Lana praat, komen ineens de tranen. Ze heeft nog iemand achter moeten laten. Haar zoon van 23. Een familiehereniging met hem zit er niet in en dat weet ze. Hij is volwassen en moet zijn eigen boontjes doppen. En dat is niet te verteren voor Lana.

Ze praat vol liefde over hem. Over hoe zacht hij is en dat hij nu alles alleen moet doen. Het contact tussen moeder en zoon is verloren gegaan. Ze heeft geen telefoon en weet niet hoe het nu met hem is. Iedere dag denkt ze aan hem.

Het gevoel van Lana slingert tijdens het gesprek alle kanten op. ,,Iedere dag lach ik omdat ik veilig ben. En iedere dag huil ik omdat ik mijn man en zoon zo mis.”

Ze is dol op Nederland. Omdat alle mensen lachen en ze overal bomen ziet. De bomen waar ze zo graag naar kijkt. Ze wil dolgraag op stap om een echte Nederlandse molen te zien. Maar niet zonder haar man. Hij wilde zonder haar niet naar de Eiffeltoren. Zij niet zonder hem naar een molen.

Duizenden kilometers van elkaar en toch zo dichtbij.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie